Je bent een paar jaar verder. Het huis is verkocht, het convenant is getekend, en je zit bij de hypotheekadviseur voor een eigen woning. Dan volgt de afwijzing: er staat een negatieve codering op jouw naam. Niet van een lening die jij hebt gebruikt, maar van het doorlopend krediet dat je destijds sámen afsloot en dat volgens de afspraken bij je ex zou blijven. Er ligt een getekend convenant. En toch staat de melding op jouw naam.
In dit artikel leg ik uit waarom dat juridisch nog klopt ook, waarom het echtscheidingsconvenant je tegenover de kredietverstrekker niet beschermt, en welke twee routes je desondanks hebt om zo'n registratie van je naam te krijgen.
Waarom staat de registratie ook op mijn naam?
Als jullie samen een lening of doorlopend krediet zijn aangegaan, zijn jullie in vrijwel alle gevallen hoofdelijk aansprakelijk. Artikel 6:6 en 6:7 van het Burgerlijk Wetboek regelen wat dat betekent: de kredietverstrekker mag ieder van jullie afzonderlijk aanspreken voor de héle schuld, niet voor de helft. Onderling mogen jullie afspreken wie wat draagt — de interne draagplicht — maar dat verandert niets aan wat de bank van jou mag vorderen.
Die aansprakelijkheid werkt door in het kredietregistratiesysteem. In het Centraal Krediet Informatiesysteem, het CKI dat Stichting BKR beheert, wordt een overeenkomst geregistreerd op naam van iedere contractant die hoofdelijk aansprakelijk is. Ontstaat er een betalingsachterstand, dan volgt de melding dus bij jullie allebei — ook als jij van niets wist en de betalingen volledig aan de andere kant liepen. Voor de A-codering, de achterstandsmelding, geldt dat evengoed als voor de zwaardere bijzonderheidscoderingen; welke code wat betekent, beschrijf ik in mijn artikel over het verschil tussen de A-coderingen.
Dat is ook waarom een scheiding zich pas jaren later wreekt. Zolang je zelf niets aanvraagt merk je er niets van; pas bij de eerste hypotheekaanvraag komt de codering boven water, wanneer de achterstand allang is ingelopen.
Waarom helpt mijn echtscheidingsconvenant niet?
Hier lopen de meeste mensen vast, en het is een hardnekkig misverstand. In het convenant staat zwart op wit wie de lening voor zijn rekening neemt, misschien heeft een rechter er zelfs naar gekeken. Aan jouw positie tegenover de kredietverstrekker verandert dat niets.
De reden is eenvoudig: de kredietverstrekker is geen partij bij jullie convenant. Kifid, het klachteninstituut waar dit soort geschillen terechtkomen, formuleert het onomwonden: wat jij en je ex-partner afspreken heeft geen consequenties voor de geldverstrekker, omdat die geen partij bij die afspraak is. Je kunt alleen je ex erop aanspreken, niet de bank. Ook een rechterlijke uitspraak tussen jullie tweeën verplicht de bank nergens toe.
Wat je wél hebt, is een regresrecht. Heb jij betaald wat volgens de interne verdeling voor rekening van je ex kwam, dan kun je dat bedrag op je ex verhalen. Dat is een echt recht, maar het is een vordering tussen jullie tweeën: het haalt de codering niet uit het CKI.
En ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid dan?
De schone oplossing is dat de kredietverstrekker jou formeel ontslaat uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, zodat de lening enkel nog op naam van je ex staat. Zet die route zo vroeg mogelijk in het scheidingsproces in, liefst nog vóórdat er een achterstand ontstaat. Een bank is er in het algemeen namelijk niet toe verplicht. Kifid stelt in zijn vaste lijn voorop dat een geldverstrekker zelf bepaalt onder welke condities hij uitleent. Hij moet de resterende lening opnieuw toetsen aan de onderzoeksplicht van artikel 4:34 van de Wet op het financieel toezicht: de achterblijvende partner moet de lasten alléén kunnen dragen. Kan hij dat niet, dan is een afwijzing meestal rechtmatig.
Helemaal kansloos is een weigering niet. De bank is ook gebonden aan de eisen van redelijkheid en billijkheid uit artikel 6:248 lid 2 BW. In een zaak uit 2018 oordeelde de Geschillencommissie van Kifid dat een bank de belangen onvoldoende had afgewogen: de achterblijvende vader zorgde voor twee kinderen die gebaat waren bij stabiliteit, terwijl er bij de vertrekkende partner — die in de schuldsanering zat — toch niets te halen viel. Zulke uitkomsten zijn uitzondering, maar ze laten zien dat "de bank hoeft niet" geen eindpunt is.
Waarom een scheiding je juist een sterke procedurele grond kan geven
Nu het deel dat vrijwel niemand kent, en dat in scheidingsdossiers opvallend vaak opgaat. Voordat een kredietverstrekker een achterstand als A-codering mag melden, moet hij je schriftelijk waarschuwen met een vooraankondiging: een brief waarin staat dat een registratie volgt als je niet binnen een bepaalde termijn betaalt, én wat de gevolgen zijn. Hoe die waarschuwingsplicht werkt, beschrijf ik in mijn artikel over een BKR-registratie zonder geldige waarschuwing.
Bij een scheiding verhuist er per definitie iemand. En juist daar gaat het regelmatig mis: de vooraankondiging gaat naar het oude, gezamenlijke adres, terwijl jij daar allang niet meer woont. In een zaak die de Geschillencommissie van Kifid in 2022 behandelde, gebeurde precies dat. De bank had de vooraankondiging naar een oud adres gestuurd terwijl het nieuwe adres bij haar bekend was, en de consument kon met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen aantonen dat hij daar al geruime tijd niet meer stond ingeschreven. Hij had daardoor geen kans gehad de melding te voorkomen; de commissie oordeelde dat de A-codering moest worden verwijderd.
Het bewijs ligt daarbij niet bij jou. Kifid vraagt de geldverstrekker standaard om de vooraankondiging te laten zien. Kan hij niet aantonen dát en waarheen hij die heeft verstuurd, dan kan dat een zelfstandige grond zijn om de A-codering te laten verwijderen — ook als de achterstand op zich terecht was en ook als de schuld nog niet is afgelost. Let wel op: deze waarschuwingsplicht geldt voor de achterstandsmelding, niet voor bijzonderheidscoderingen als code 2 of 3.
Weegt mijn belang zwaarder na een scheiding?
Klopt de registratie procedureel wél, dan blijft de tweede route over: artikel 21 van de AVG geeft je het recht bezwaar te maken, waarna een concrete belangenafweging moet volgen. De Hoge Raad bevestigde in 2021 dat een kredietverstrekker die afweging individueel moet maken en zich niet achter standaardbeleid of het BKR-reglement mag verschuilen. Hoe zo'n afweging uitvalt, werk ik uit in mijn artikel over de belangenafweging bij BKR-verwijdering.
In scheidingsdossiers zit vaak een argument dat elders ontbreekt: verwijtbaarheid. Een van de zwaarste factoren in de afweging is of het ontstaan van de achterstand jou is aan te rekenen. Was jij niet degene die het krediet opnam, ging de correspondentie na je vertrek naar het oude adres, en heb je actie ondernomen zodra je ervan wist, dan kan dat in jouw voordeel meewegen. Kifid heeft in vergelijkbare gevallen aangenomen dat het ontstaan van de schuld de consument niet viel aan te rekenen.
Daar staat tegenover dat tijdsverloop en stabiliteit onmisbaar blijven. Is de schuld afgelost, ligt de achterstand een aantal jaren achter je, heb je een stabiel inkomen en een concreet belang — een woning die nu vastloopt, een gezin dat om ruimte vraagt — dan wordt de afweging serieus. Ontbreken die elementen, dan is een beroep op artikel 21 AVG in de meeste gevallen te vroeg.
Wat kun je nu doen?
Vraag om te beginnen je eigen kredietoverzicht op via mijnkredietregistratie.nl. Dat is gratis, en je hebt het nodig om te zien w��lke code er staat, van welke partij, op welke meldingsdatum en met welke werkelijke einddatum. Zoek daarnaast uit waar je op die meldingsdatum stond ingeschreven; een uittreksel uit de Basisregistratie Personen is in scheidingsdossiers vaak het beslissende document.
Daarna komt de juridische vraag: is de vooraankondiging naar het juiste adres gestuurd, en kan de kredietverstrekker dat aantonen? En als de registratie technisch juist is — weegt jouw belang, gegeven dat het ontstaan van de schuld aan de andere kant lag, inmiddels zwaarder dan dat van de kredietverstrekker? Dat beoordeel ik graag voor je: ik loop beide routes na en geef je een eerlijk beeld van je kansen, ook wanneer dat betekent dat een verzoek nu weinig zin heeft.
Sta jij nog geregistreerd voor een lening die volgens de afspraken allang niet meer van jou was? Start de intake en ik beoordeel binnen 24 uur of de registratie op jouw naam procedureel wel houdbaar is en of verwijdering in jouw situatie haalbaar is.